Samenhangend, toegankelijk en bereikbaar. Dat zijn de kernwoorden van Recreatief routenetwerk Groene Hart. Het is noodzakelijk om te investeren in de toegankelijkheid van het landschap voor toeristen en recreanten. Essentieel voor het functioneren van het recreatief routenetwerk zijn goede verbindingen met het stedelijk gebied. De steden Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Amsterdam moeten worden verbonden, er moeten doorgaande routes in het Groene Hart gerealiseerd worden.
Het Groene Hart moet daarnaast vanuit deze en andere steden toegankelijk zijn. Het netwerk wordt compleet met een aantal opstapplaatsen, punten waar het netwerk voor recreatief langzaam verkeer raakt aan de infrastructuur voor auto’s en openbaar vervoer.
Met een koppeling aan voorzieningen (informatieverstrekking, verhuur, verkoop van streekeigen producten, excursies, horeca krijgen deze opstapplaatsen het karakter van ‘recreatietransferia’. Om de samenhang in het netwerk compleet te maken moeten ook de knelpunten in de verbindingen binnen het Groene Hart opgelost worden.
Ontstaan en uitvoeren van projecten
Vanaf 2008 is er vanuit het programmabureau Groene Hart aangejaagd, gestimuleerd, zijn knelpunten in routestructuren op bestuurlijke agenda’s en in begrotingen gekomen, zijn partners gezocht die ze willen oplossen en is daar een tijdspad aan gekoppeld.
Op de Uitvoeringsagenda Recreatief Routenetwerk Groene Hart staan 142 projecten, die voorheen moeizaam van de grond kwamen. Er zijn 31 projecten uitgevoerd en 14 anderen bevinden zich in de uitvoeringsfase. Van de overige 97 projecten is bij 36 de financiering rond. Nog 61 te gaan en in bijna al die projecten zit beweging. Het symposium over het Recreatief Routenetwerk Groene Hart op 25 maart 2010 stond in het teken van het overnemen van het stokje van het programmabureau Groene Hart door de provincies. De provincies nemen de rol van aanjager van de projecten over.