In het noorden van het gebied De Venen, ligt de polder Groot Mijdrecht Noord. De polder is bijna 1000 hectare groot. Groot Mijdrecht Noord is een diepe droogmakerij (-6 meter NAP). Het karakter van het gebied hangt sterk samen met het agrarisch gebruik. Melkveebedrijven bepalen het beeld. De diepe polder vormt een sterk contrast met het natuurgebied de Botshol en het recreatiegebied de Vinkeveense Plassen. Vanaf de Botsholse dijk is dit contrast goed te ervaren. Het hoogteverschil met de dijk is zo’n 4 meter.
Deel van groter geheel
Binnen deze regio vormen de Nieuwkoopse Plassen en Botshol de twee voornaamste moeraskernen. Om sterke, levensvatbare moerasvogelpopulaties terug te krijgen, blijkt herstel van de huidige moerasgebieden alléén onvoldoende te zijn. Groot Mijdrecht Noord-oost kan binnen De Venen gaan functioneren als een nieuwe moeraskern.
In de polder Groot Mijdrecht Noord (GMN) zijn grote veranderingen op komst. Sinds de jaren ’90 zijn er plannen gemaakt voor het realiseren van een groot, zelfstandig functionerend moerasgebied. Dit heeft geresulteerd in 1998 in Plan de Venen. De afgelopen jaren bleek de water- en bodemproblematiek in de polder zodanig groot, dat er verschillende oplossingsstrategieën onderzocht en beoordeeld zijn. Uiteindelijk bleek er geen haalbare oplossing van het probleem binnen de randvoorwaarden die Provinciale Staten hadden gesteld. Op 6 juli 2009 hebben PS besloten om verder te gaan met het inmiddels in 2007 Herijkt Plan de Venen. Kern van dit besluit is dat er in het oostelijk deel van de polder GMN 395 ha landbouwgrond moet wijken voor moerasnatuur.
Nog een jaar van verder onderzoek, samen met betrokken partijen als de gemeente De Ronde Venen, waterschap AGV, Natuurmonumenten en een bewonersdelegatie, heeft als resultaat een inrichtingsvariant op hoofdlijnen, de Veenribbenvariant, opgeleverd. In juni 2010 hebben PS deze variant vastgesteld als basis voor de toekomstige inrichting van GMN-oost. Het gaat uit van een ontwikkeling van GMN-oost in de richting van een laagveenmoeras dat als kerngebied kan dienen voor kwetsbare moerasvogels.
Inrichtingsprincipes Veenribbenvariant
GMN-oost wordt verdeeld in twee zones. In zone 1 wordt moerasnatuur gerealiseerd door afgraven en vernatting. In zone 2 wordt dat niet gedaan. Daar wordt door beheer het landbouwkundig grasland omgezet in bloemrijk grasland. Er wordt verder onderzocht welke andere natuurdoelen onder deze omstandigheden in zone 2 mogelijk zijn.
Zone 1 is de natste zone met veel riet en open water (rietmoeras). Deze zone is zo nat dat het water in winter en voorjaar ca een halve meter boven maaiveld staat. In de zomer zakt het water uit tot ca 20 cm boven het nieuwe maaiveld.
Op termijn kan zo in ongeveer de helft van GMN-oost een hoogwaardig moeras gerealiseerd worden. Vooralsnog zal het gebied functioneren als kerngebied voor de meer gewone moerasvogels. In de uitvoering zal geprobeerd worden voldoende natuurdoelen te realiseren, zodat het gebied ook als broedhabitat kun functioneren voor populaties van de meer kritische moerasvogels.
In Zone 2 wordt niet afgegraven en het waterpeil niet opgehoogd. Dit is een zone waar de natuur dicht staat bij de huidige manier van grondgebruik. Door beperkt beheer zal hier bloemrijk grasland ontstaan. Er zal verder worden onderzocht welke natuurdoelen hier mogelijk zijn. Eventueel kunnen deze via particulier natuurbeheer worden gerealiseerd.
Het belangrijkste verschil van deze Veenribbenvariant met eerdere oplossingsrichtingen is dat alle woonbebouwing en de infrastructuur van het gebied behouden kunnen blijven. Om dit te kunnen bereiken wordt er wel iets op de natuurdoelen ingeleverd. Bij deze variant zal, door het afgraven van de bodem (30 cm in zone 1), de kwel enigszins toenemen, waarbij er van uit gegaan wordt dat de kwel netto niet toeneemt; dit wordt nader onderzocht.
Voor de oplossing van de waterproblematiek op de langere termijn wordt aangesloten bij de verkenning van het Rijk naar oplossingen voor een duurzame zoetwatervoorziening in Nederland.
De Veenribbenvariant is nog maar een plan op hoofdlijnen. In de tweede helft van 2010 is er, samen met genoemde betrokkenen, een antwoord gezocht op verschillende ‘open einden’. In februari 2011 nemen PS hier een besluit over. Bij goedkeuring door PS wordt daarna een gedetailleerd inrichtingsplan voor het gebied gemaakt.